"Het verbaast me dat jij geen enkele ambitie hebt met dat schrijven van je", zegt S. "Het verbaast mij dat je daarover begint", zeg ik, want voor zover ik weet leest zij mijn blogs nooit. Maar het is waar. Ik heb totaal geen ambitie. En het is niet eens omdat ik mijzelf onwaardig acht, al speelt dat altijd wel een rol, het boeit mij gewoon te weinig of er nu 100 of 1000 mensen mijn verhaaltjes lezen, als ik maar een minimaal aantal lezers heb. Ik heb zelfs verhalen op mijn blog staan die ik niet de ether ingooi, vanwege de privacy of het belang dat ik nog bij diegene heb. Therapeutische verhalen, noem ik ze. "Als ik dood ga", roep ik wel eens dreigend. "Dan druk ik gauw nog even op publiceren". Brrr, zie je ze dan denken. Ach, eerlijk is eerlijk, ik ben ontzettend gevleid als mensen zeggen dat ze gelachen hebben om mijn schrijfsels, niets menselijks is mij vreemd, maar het doet weinig tot niets met mijn motivatie, ik schrijf als ik er zin in heb en dat is nu al een hele tijd niet het geval.Vorige week stond er in Volkskrant Magazine een interview met een schrijfster/journalist. Het verhaal wekte mijn nieuwsgierigheid op, want wat de schrijfster in kwestie zei was verfrissend eerlijk en daarbij schuwde ze enige pijnlijke zelfreflectie niet. Nu wilde het lot dat ik enkele dagen later bij de Appie tegen het besproken boekje aanliep.
"Zulks een toeval bestaat bijna niet", zei ik tegen de kat. "Zou er toch een God bestaan?"
Verheugd vlijde ik mij in het zonnetje op de bank en begon te lezen. Het was een verhalenbundel over vriendschappen. Op de achterflap stonden juichende aanprijzingen (ik had ooit een date met een schrijver die mij vertelde dat hij die zelf had verzonnen) van andere schrijvers die haar de grappigste schrijver van Nederland vonden, met loftuitingen als gigantisch en meeslepend en ijzersterk, nou, dat beloofde wat. Twee dagen later was het uit. Onderhoudend en zeker vermakelijk, maar niet meer dan dat, een bulderende lach bleef uit (die had ik voor het laatst in 1985, bij de 3e bundel van Garfield). Daarom stoorde het me dat er in haar bio stond: haar literaire debuut. Nou is literatuur een moeilijk te definiëren begrip, maar deze entertainende verhalen vielen daar naar mijn zelfingenomen mening niet onder. 'Het was noch kunstzinnig, noch diepgaand, noch van culturele waarde. Er was geen sprake van complex taalgebruik, originaliteit en een rijkere gelaagdheid in thema's (bron: wikipedia).' En al helemaal niet omdat ik tot mijn grote ergernis tot 3 keer toe 'ben' in plaats van 'wees' in de gebiedende wijs was tegengekomen (een waarschijnlijk zeer jonge editor). Het boekje was geschreven in spreektaal, alsof er een leuke (en af en toe ook bloedirritante) vriendin verslag deed van haar belevenissen.
"Pfff, dit kan ik ook", riep ik tegen S terwijl ik het boek van me afgooide.
"En waarom doe je dat dan niet?", vroeg ze spottend.
"Geen zin in'.





