vrijdag 25 september 2026

Een grotemensenschrijver

De broer en ik praten over het schrijverschap. Hoe ver wil je gaan als het om je persoonlijke leven gaat. Hij heeft strakkere grenzen dan ik; ik wil de lezer nog wel eens een blik gunnen in mijn hopeloos mislukte huwelijksleven van weleer, hij houdt die doos dicht. Ik denk dat ik net iets meer durf dan de broer, maar ben me toch ook bewust van mijn eigen grenzen. "Te braaf om een echte schrijver te zijn", verzucht hij. En daarmee slaat hij de spijker op de kop. Want hoe boeiend ben je als je nooit het achterste van je tong laat zien, als je de deur naar de donkerste spelonken van je ziel gesloten houdt. Schrijven we voor de gemiddelde lezer, in een toegankelijke en luchtige stijl die vooral leesplezier verschaft of zitten er meerdere dimensies in ons verhaal en willen we met onze vertelling een diepere laag aanboren? Gaat het om leuke anekdotes, verteld met de nodige humor, of verhalen we over onze angsten en emoties, over schuld, macht, spijt en boete, om maar wat te noemen.

Het moge duidelijk zijn in welke categorie ik val. Meestal, tenminste. Grappen en grollen alom. De broer gaat vaak de analytische kant op, maar ook hij blijft in zijn hoofd zitten, wat er werkelijk in hem omgaat blijft een stil en duister geheim. Je raakt hoe dan ook lezers kwijt, zegt hij, als je de grenzen opzoekt of zelfs overschrijdt. Ik weet niet eens wie mijn lezers zijn, bedenk ik me. Het is een abstract gegeven, een anoniem publiek in het donker. 

"Je ziet niemand", had dezelfde broer gezegd toen ik voor het eerst in een operette stond. Hij timmerde al jaren aan de weg en kon het weten. Maar toen ik bibberend van de zenuwen (verkleed als zigeunerin met een zwarte pruik) het podium betrad, zag ik ze meteen zitten: mijn ouders, pontificaal vooraan, glimmend van trots. 

Nu ben ik me slechts bewust van het aantal lezers dat reageert. De vrienden, familie, een enkele collega. De rest blijft ongezien. Ooit kreeg ik een boze reactie van mijn tuinman. Hij reageerde op een blog waarin hij een bijrol had. Ik had een grap gemaakt die hij persoonlijk opvatte en hij was niet blij. Terecht, dat voorop, maar ik was vooral verbaasd en lichtelijk in shock, wie las er nog meer mee behalve een handvol vrienden? "Dûh", zei dochter S. "Het internet, hè mam, het internet is een oneindig grote poel des verderfs (maar dan in minder poëtische bewoordingen)", en ze trok de 'boomerkaart' maar weer eens.

Als ik met pensioen ben, dan!, verzucht ik vaak. Dan ga ik echt schrijven, dan word ik een heuse grotemensenschrijver! Dan vertel ik alles, tot aan de meest schokkende details toe. Ze zullen ervan lusten! Klanten, collega's, familie, exen! Ik zal geen vriend meer overhouden. Mijn broers zullen mij excommuniceren, mijn exen zullen mij niet langer jaarlijks mailen met een verjaarsfelicitatie, ik mag niet meer met mijn kinderen mee op vakantie (ook niet als ik betaal) en ik ben niet langer welkom in hun tuinhuisje als ik oud ben en de dagen moe. 

Tot die tijd houd ik het maar op verhalen over mijn dagelijkse lief en leed. Onschuldige blogjes vol Tinderavonturen (nooit meer!), loodgieters, sportschoolontmoetingen, medisch leed en kattenliefde. Had ik al verteld dat ik zondag op het centraal station van Amsterdam van de trap ben gevallen (gekenkerd, zegt mijn dochter)? Nee? Die houdt u dan nog tegoed. Het was pijnlijk, maar hilarisch. 'Life is funny, even when it's sad', hoorde ik onlangs een acteur zeggen en ik besloot ter plekke dat dit mijn grafschrift moet worden. 

donderdag 24 september 2026

RIP. Tinderavonturen, slot

Enige tijd geleden zat ik weer eens op Tinder. Tegen beter weten in want ik had al meerdere malen geconstateerd dat daar niet veel goeds van te verwachten is. Toch is het verlangen naar een man niet zo groot dat ik 30 euro per maand wil neertellen voor een serieuzere app, dus Tinder it was. Mannen schiften op basis van uiterlijk, vrouwen op uiterlijk en tekst. Geen tekst, geen swipe naar rechts. Misschien is dat bij de jongste generatie daters anders, maar zo doen vrouwen van mijn leeftijd het. En zo kan het gebeuren dat je een man leuk vindt op basis van zijn tekst. Het komt nog voor in deze ijdele en oppervlakkige tijden, ik zeg het je.

Want ja, ik trof een leuke man aan, zo maar pardoes tussen alles staatsmongolen in, een erwt tussen stapels van tekst- en breinlozen, een ruwe diamant. We stuurden elkaar dagenlang lappen tekst. En het werd alleen maar leuker. Niet dat hij zo op het eerste oog mijn type was, - hij was kaal en wat schriel -, maar ach, had ik inmiddels niet eindelijk die leeftijd bereikt dat een geestelijke connectie belangrijker was dan een fysieke chemie? De man was erudiet, vertaler van echte literatuur (dus niet van Fifty Shades of Desperate) en schreef zelf ook. Oké, hij woonde in Amsterdam, maar een kleinigheid hou je toch, zoals mijn vriend P altijd zegt. En we kwekten wat af. Zo enthousiast dat ik hem de link naar mijn blog durfde te geven.

Dit had ik slechts één keer eerder gedaan, aan een eindredacteur Kunst van het Eindhovense Dagblad. Hij zag van verder contact af, had hij na enige leesmomenten met een zuinig mondje vastgesteld. Want ik was cynisch en dronk te veel wijn. Waar hij die wijn vandaan haalde is me nog immer een raadsel, want op een enkel feestje na, ben ik al enige jaren praktisch abstinent. Overigens niet nadat de alcohol dikke schade heeft aangericht. Zowel hart als geheugen hebben er een flinke knauw door opgelopen en dat mijn vele huwelijken er destijds niet van opknapten mag ook gerust worden gesteld. Berouw komt na de zonde, tis heus waar. En dan .. cynisch? Als in bitter? Zo zie ik mezelf helemaal niet, ik ben hooguit wat door het leven getekend. Nou ja, saved by the bell, zeggen we dan.

Terug naar de slimme, schriele vertaler. Deze meneer las mijn blog met plezier, zei hij. Het leidde hem bovendien wat af van zijn chronische rugpijn. Hij was net een nieuwe behandeling gestart en au, die kwam binnen. Ik had nog steeds geen lijken in de kast ontdekt, behalve misschien het onopvallende feitje dat hij ooit zijn vrouw had voorgesteld om apart te gaan wonen, hetgeen ze jaren en jaren hadden gedaan. Ik ben er nog niet uit of dat nou heel erg slim was of een teken aan de wand. Feit is dat ik zelf nooit meer wil samenwonen en al helemaal niet in mijn geboortestad.

Maar ineens bleef het stil. Hij reageerde niet meer. Ik toonde me begripvol, want had in hem geen typische Tinderman gezien, maar hij zei niets meer. Ook niet toen ik mijn 06 gaf, iets wat ik doorgaans pas doe na een eerste date. Niets. Geen uitleg, geen laatste woorden, geen 'sorry, maar je drinkt te veel', geen 'je bent niet zo grappig als je denkt', en ook geen 'In zo'n wespennest waag ik me niet'. Niets.

'Hij kan maar beter dood zijn', zei ik tegen de dochter, want al ben ik inmiddels gehard door eerdere ervaringen van ghosting, deze had ik niet zien aankomen. 'Dat is nog zijn enige geldige excuus.'

Toch niet zo'n leuke man.
Of een dooie man, dan RIP.

maandag 14 september 2026

Lijden, groot en klein

Ik ben vandaag zo droevig, ik weet niet eens waarom, maar dan lees ik een bericht over een 15-jarige jongen die na 3 dagen is gevonden op zee, in de Beringzee, zittend op een omgeslagen boot. Het dode lichaam van zijn broer dreef onder de boot en ook zijn neef was verdronken. Het is een bericht zoals er dagelijks velen verschijnen en het zijn ook niet de woorden die me aan het huilen maken, maar het beeld van deze jongen, een kind nog, eenzaam en onderkoeld ineengedoken op zijn omgeslagen boot, in totale wanhoop, of misschien wel berusting.Tranen! 

Gisteren belde S me, ze stond op 2000 meter hoogte, ergens in Canada. Na een klim van twee uur wilde ze haar moeder laten delen in de schoonheid van het uitzicht, maar moeder kon alleen maar zeggen: Heel mooi, maar ga nu maar weer naar beneden. Sju sju, hop, naar beneden, want ik zag in gedachten allerlei poema's op de loer liggen. Dan huil ik om niks, omdat ze volwassen is misschien en aan het andere eind van de wereld rondloopt zonder mijn moederlijke vleugels om haar te behoeden tegen wildlife en kou. 

Het echte, grote lijden raakt me dan weer minder. Dat is een wonderlijk soort zelfbeschermingsmechanisme dat je op mijn leeftijd ontwikkelt. Oorlog, honger, armoede, onderdrukking. Gaza, Iran, Afghanistan, Oekraïne en al die andere landen waar van allerlei vreselijks aan de hand is maar die om de een of andere onduidelijke reden minder aandacht krijgen in de media, zoals Jemen, Sudan, you name it, waar eigenlijk niet. De wereld staat in brand, zeggen ze en dat is zo, vaak letterlijk. De ene ramp is nog maar nauwelijks gefinancierd of de volgende klopt aan de deur. Je sluit die deur in je brein gewoon hermetisch af, anders heb je zelf geen leven meer. Totdat je een klein meisje in een vluchtelingenkamp ziet, 3 jaar, blonde krulletjes, dat sprekend op jouw jongste lijkt toen zij zo klein was. Tranen. Dan loop je naar buiten, de zon in, in het rustige, beschaafde dorpje L, je kijkt naar de jonge eendjes, zo schattig, pril leven. Je neemt een foto, klik, stuurt het naar je zoon. Aaah, reageert hij. Binnen aai je de kat (de kleine moordenaar) en eet een boterham met lemon curd. En dan gaat het wel weer. 

 


zondag 6 september 2026

Krabbels: Odysseus

In 2022 stond ik met mijn beide dochters en vriend S (a.k.a. de Jongen) op de kade van Fiscardo, een vissersdorp in Kefalonia. De gids vertelde ons dat het eiland dat we in de verte zagen liggen Ithaki was, ofwel Ithaka, het wereldberoemde koninkrijkje van Odysseus. Sommige bronnen zeggen trouwens dat het Levkas was, een aanzienlijk groter eiland boven Kefalonia, maar goed, sowieso gaat het hier om de kracht van verbeelding en het willen geloven, net als bij dat andere mythische boek, de Bijbel. Toch jammer dat we de overtocht niet hebben gemaakt destijds, maar ongetwijfeld was het werkelijk voet zetten op mythische bodem ook daar een grote teleurstelling. Zo vraag ik me af of ik mijn plan om de vermeende voetsporen van King Arthur te volgen echt moet doorzetten of dat ik de zoveelste toeristenfuik beter kan vermijden. 
De film The Odyssey is inmiddels gezien, vorige week, samen met broer A. Het was een mooi (en luid) spektakel met prachtige beelden, maar beiden vonden we het geen film die eenmaal thuis nog in onze gedachten speelde. We vonden de zoon (Tom Holland) nogal karakterloos, de Sirenen hadden wel wat meer aandacht mogen krijgen, waarom verdween zijn vriend Eurylochus zo geruisloos en waarom had Matt geen lang haar (wel goeie spieren trouwens, sjonge).

Daarna liepen we samen door een zonnig en historisch Amersfoort een heel eind terug naar de parkeergarage waar mijn auto stond, omdat ik het hele filmbezoek vergeten was en doodleuk in de H&M met een blousje in mijn handen stond  (bordeauxrood, best leuk) toen hij belde waar ik bleef. Dat werd nog even een hysterisch gehaast, maar we haalden het en konden zelfs nog even een ouwemensenplas doen ook.

maandag 15 juni 2026

Ukrainians. Verhalen uit de sportschool

Ik had ze vaker gezien, de eeneiige tweeling. Smalle, pezige bouw, schouderlang blond en licht krullend haar en beiden gekleed in iets wat wees op een japanse vechtsport of een gothische levensovertuiging. Ik hoopte het eerste, want met die Goths ben ik wel een beetje klaar, ze wassen zich zelden. De jongens vielen op in de sportschool, de kleding en de gewichten in schril contrast met hun engelachtige gezicht en tengere bouw. Maar ze straalden een bescheiden eigenheid uit en leken zich niets aan te trekken van de ongeschreven kledingvoorschriften en fitness prototypes van de sportschool. Ik mocht ze.

Ik was net bezig met mijn seated incline biceps curls - terwijl ik luisterde naar de prachtige stem van Nava, een AI gegenereerde Iraanse verzetszangeres, maar daarover een andere keer meer-, toen een van de twee ineens voor mijn neus stond. Zijn lippen bewogen, hij keek me vragend aan. Ik deed mijn koptelefoon af. Hij herhaalde zijn vraag in een taal die het meest leek op Russisch. Omdat ik duidelijk niet aansloeg (en ik bovendien altijd had gedacht dat ze Nederlands waren, gezien hun voorkeur voor een alternatieve kledingstijl) ging hij over op Engels. "Do you speak Ukrainian or Russian", vroeg hij. Op mijn ontkenning, zei hij: "You look Ukrainian". Zijn serene gezicht was onvoorstelbaar jong. 
"It's a compliment", voegde hij eraan toe en lachte.

"Wat vroeg die jongen?", zei S in de auto terug.
Ik vertelde het haar.
"Oh, dat is lief", zei ze.
Maar vervolgens verpestte ze het hele effect door te suggereren dat hij bij mijn aanblik waarschijnlijk dacht aan een babushka uit zijn vaderland, klein, bol en gewapend met een deegroller.
"Misschien mist hij zijn moeder", opperde ik, want als wij aan het fantaseren slaan is het eind zoek en rusten we niet tot de tranen in onze ogen staan.

Thuis zocht ik het op, want dit wierp een nieuw en onverwacht licht op mijn bestaan.
'Wat zijn de doorsnee uiterlijke kenmerken van een vrouw uit Oekraïne', typte ik in.
'Oekraïne is een groot land, dus er bestaat niet zoiets als een typische Oekraiense vrouw', zei ChatGPT ontwijkend, om vervolgens te beweren dat ze vaak Slavische trekken hebben met hoge jukbeenderen, een smal gezicht en een rond figuur met vollere heupen en borsten.
"Dikke vrouwen met een klein hoofd", riep ik naar S.
"Dat verklaart het", riep ze terug.
Maar toen ik even later het schriftelijke bewijs wilde leveren dat ik niet dik was maar Oekraiens, kwam ChatGPT met een heel ander verhaal, dus tot zover mijn wetenschappelijk onderzoek.