dinsdag 4 maart 2025

Babyboomerbabbel

Ik sta net de boodschappen uit te pakken als mijn ex belt. "Hallo ex-man", zeg ik als ik opneem. "Hallo moeder van mijn kinderen", antwoordt hij. De toon is gezet. 
"Waar ik eerst zei dat het met 100% zekerheid zelfmoord was, twijfel ik nu toch", zegt hij. Ik hoef niet te schakelen, weet meteen waar hij het over heeft. "Ik denk dat hij eruit wilde stappen en haar en de hond meenam.", vervolgt hij. "Jaaa", zeg ik, "maar er waren nóg twee honden, hè, en die leefden nog." Zo kakelen we even voort. Gedurende ons gemeenschappelijke leven waren we beiden groot fan van Gene Hackman, maar elke keer als we hem in een film zagen, konden we niet op zijn naam komen. Het was een soort gezamenlijke blinde vlek. "Begint met een G", wisten we vaak. In die internetloze dagen was dat nog best lastig, je was afhankelijk van een encyclopedie, de bieb of een alleswetende neef. Dan had ik dagen na dato in de krant moeten lezen dat Gene Hackman dood is. Zonder de roddels en achterklap en zonder complottheorieën achteraf. Het was een feit geweest, een droog feitje ergens op pagina 17 van het media katern. Toen we het nieuws en vooral het gedrukte woord nog vertrouwden.

Even later, ik zit wat zakkig op de bank en eet een bakje opgewarmde pasta van een dag oud, scroll ik verveeld door Tinder.
"Mam, op Tinder zitten alleen mannen voor de seks. Of jongeren", had de inwonende dochter een dag eerder nog gezegd toen ik verhaalde van al die verspilde tijd met een man die nog een vrouw op de bank bleek te hebben zitten. Al 18 jaar een broerzusrelatie, had hij gezegd. En in 16 daarvan had hij een relatie gehad met een collega. Voor jeweetwel, vandattum, voor krikken, kezen, kieren, wippen, naaien en vozen, maar hij noemde het 'gepassioneerd beminnen', in het kader van de betere marketing. Maar nu was dat uit, zei hij, en zocht hij vervanging. Ik wilde schreeuwen: "En aan jou heb ik 24 uur van mijn leven verspild, you piece of trash" (en andere gloedvolle synoniemen), maar ik zei, keurige Gerda die ik ben: "Bedankt voor je genereuze aanbod, maar ik sla over".
"Er zitten heus ook normale mannen op Tinder", zei ik tegen de dochter. "Ik heb er echt leuke, normale mannen ontmoet."
Ze keek me aan. "Ja, twee toch zeker".

Na het getrouwde exemplaar, raakte ik aan de praat met een heerschap uit Zutphen. Een fotograaf, dat is op zich al een rode vlag. En hij oogde eigenlijk ook net wat te gladjes. Maar hij was grappig. En ik val voor mannen met tekst. Tot dat ene zinnetje over mijn figuur. He liked, zei hij. En sorry, kritische lezers van me, van één zo'n lullig zinnetje word ik koud en ijzig en ongenaakbaar en afstandelijk en frigide. Om maar even een beeld te scheppen. Want op de foto in kwestie is nauwelijks te zien dat ik überhaupt een lichaam heb, laat staan dat het iets is om te liken. Het is een intro naar vieze praat, dat is het. En in huize Jan is dat na een paar alinea's nog veel te vroeg. Eerst koffie. Dan vieze praat. Basta.



Als ik niet veel later een foto op Instagram plaats van mijn lieve kat die op mijn blote voeten ligt te slapen, krijg ik een berichtje van de jongste dochter. "Niet gratis je voeten op Insta, mam."
Of dat een grap is, vraag ik, babyboomer, maar nee, kennelijk is het een bekend verdienmodel. Ik heb eigenlijk best mooie voeten, zeg ik tegen de kat. Wellicht als aanvulling van mijn magere pensioen?
De getrouwde man meldt zich nog een laatste keer. Of ik toch niet een keer koffie met hem wil gaan drinken. Hij trakteert. Niet alleen gepassioneerd, ook nog eens gul, denk ik. Dag dag, zeg ik, en blokkeer hem. Hoe anders waren de dagen in 1985. De moeite die ik toen moest doen om vreemd te gaan. Ongekend. 



3 opmerkingen:

  1. Haha en pas op voor de ijzig kille ongenaakbare afstandelijke Jetty...ze is echt heeeeeeelll eng

    BeantwoordenVerwijderen